2 keer verkozen tot beste garnaalkroket van Brussel, bekroond door Gault&Millau en uitgegroeid van 1 Brusselse comptoir tot meerdere vestigingen. Op papier lijkt Fernand Obb een schoolvoorbeeld van culinair ondernemerschap. Toch heeft de groep van Cédric Mosbeux een gerechtelijke reorganisatie aangevraagd. Wie daaruit concludeert dat er slecht werd gekookt of dat de zaken niet liepen maakt het zich te gemakkelijk. Het verhaal legt vooral een pijnlijke realiteit van de Belgische horeca bloot. Een volle zaak en een sterk product betekenen vandaag nog lang niet dat er onderaan de rekening voldoende overblijft.
Van Brusselse garnaalkroket tot groeiend horecamerk
Fernand Obb begon in 2017 in de Taminesstraat in Sint-Gillis en bouwde zijn reputatie op rond Belgische volkskeuken. De garnaalkroket werd het uithangbord. In 2018 en 2019 won de zaak de prijs voor beste Brusselse garnaalkroket en later volgde ook een Gault&Millau-award. Vanuit Sint-Gillis volgde verdere expansie onder meer naar Stokkel en begin dit jaar naar Antwerpen, naast een eigen productieatelier en een B2B-activiteit.
Die groei blijkt nu tegelijk een van de moeilijkheden. Fernand Obb heeft bij de Brusselse ondernemingsrechtbank een procedure van gerechtelijke reorganisatie aangevraagd. Oprichter Cédric Mosbeux spreekt over belangrijke spanningen in de cashflow en wil via de procedure tijd creëren om het bedrijf te herstructureren. Dat is een belangrijke nuance. Een gerechtelijke reorganisatie is geen faillissement. Het is juist een wettelijke procedure waarmee een onderneming met tijdelijke financiële problemen bescherming kan krijgen tegen schuldeisers om activiteiten en werkgelegenheid zoveel mogelijk te behouden. Tijdens zo'n opschorting kunnen schuldvorderingen tijdelijk worden bevroren en kan een herstelplan worden uitgewerkt.
De vestiging in Stokkel, die niet de verhoopte financiële resultaten behaalde is inmiddels gesloten. De aandacht verschuift naar de oorspronkelijke zaak in Sint-Gillis, de recent geopende vestiging in Antwerpen, die volgens Mosbeux goed gestart is, en naar de verkoop van garnaalkroketten aan restaurants, hotels en traiteurs. Mosbeux hoopt via kostenbesparingen, een efficiëntere organisatie en verdere B2B-groei opnieuw snel een evenwicht te bereiken.
De rekening achter het bord wordt almaar moeilijker
Maar het verhaal van Fernand Obb verdient een bredere blik. In de horeca wordt bij financiële problemen opvallend snel naar de uitbater gekeken. Was de kaart te duur? Waren er te veel personeelsleden? Werd er te snel uitgebreid? Natuurlijk blijft goed ondernemerschap essentieel en kan geen enkele kostenstructuur iedere bedrijfsbeslissing verklaren. Alleen is het vandaag bijzonder kort door de bocht om elk horecaprobleem uitsluitend als slecht management te bestempelen.
Restaurants bevinden zich in een merkwaardige economische situatie. De klant ziet de prijs op het bord stijgen terwijl de restaurateur zijn marge vaak ziet dalen. Personeel, sociale lasten, energie, huur en ingrediënten zijn duurder geworden. Fernand Obb wijst zelf op gestegen loon- en sociale kosten, energie en grondstoffen, terwijl tegelijkertijd de gemiddelde besteding en bezoekersaantallen onder druk staan. De sectorale loonbarema's werden bijvoorbeeld begin 2026 opnieuw met 2,189 procent geïndexeerd. Een restaurant kan die stijgingen maar gedeeltelijk doorrekenen. Een garnaalkroket van 30 of 35 euro roept bij een gast al snel weerstand op, ook wanneer garnalen, boter, personeel, elektriciteit en huur allemaal duurder zijn geworden.
Daar komt voor een groeiende horecagroep nog een ander probleem bij. 1 goed draaiende zaak kan zeer strak worden geleid. 1 keuken, 1 huurcontract, 1 voorraad en 1 ondernemer die bijna voortdurend aanwezig is. Een grote keten kan vervolgens profiteren van schaalvoordelen in aankoop, productie, logistiek, marketing en management. Daartussen ligt een gevaarlijke zone. Bij 3 restaurants en een productieatelier zijn de kosten en organisatorische complexiteit al die van een kleine groep, terwijl de echte schaalvoordelen van een keten nog ontbreken. Precies dat probleem haalt Mosbeux zelf aan als een van de oorzaken van de huidige situatie.
Niet alleen Fernand Obb worstelt
De cijfers maken duidelijk dat dit geen geïsoleerd verhaal is. In juni 2026 gingen 220 Belgische horecabedrijven failliet, het hoogste aantal ooit voor een maand juni terwijl daarbij 584 banen verloren gingen. In juli volgden nog eens 121 horecafaillissementen. Horeca Vlaanderen omschrijft het zelf treffend. Door gestegen lonen, grondstoffen en voedingsproducten zijn de marges klein en moet een horecazaak vandaag als een volwaardige onderneming worden gerund. Ook buiten de horeca is de druk overigens groot. UNIZO verwacht dat 2026 voor kleine en middelgrote ondernemingen het zwaarste faillissementsjaar sinds minstens 2017 kan worden en wijst daarbij op jaren van inflatie, energieprijzen, loonindexeringen en financieringskosten die de reserves van ondernemingen hebben uitgehold. Dat verdient enige verdediging van de mensen achter onze restaurants. We verwachten betaalbare prijzen, kwaliteitsproducten, royale porties, voldoende personeel, correcte lonen, lange openingsuren en liefst ook nog een mooi interieur en perfecte service. Maar al die elementen hebben een prijs. Wanneer een restaurant de rekening volledig doorstuurt naar zijn gasten wordt het al snel 'te duur'. Doet het dat niet dan betaalt de ondernemer uiteindelijk een deel van die inflatie zelf. Fernand Obb is daarom meer dan een verhaal over een bedrijf in financiële moeilijkheden. Het stelt een ongemakkelijke vraag. Hoeveel mag degelijk eten eigenlijk kosten als we willen dat degene die het bereidt er ook nog zijn brood mee kan verdienen? Een bekroonde garnaalkroket maken is 1 kunst. Er in het huidige horecaklimaat een gezond en groeiend bedrijf rond bouwen blijkt misschien nog veel moeilijker.